Er zijn geen schattingen beschikbaar van het huidige aantal werknemers dat in de EU wordt blootgesteld aan pyrocatechol (1,2-dihydroxybenzeen).
Pyrocatechol wordt zowel in vaste als in vloeibare vorm gebruikt. Aangezien de stof door de huid kan dringen, zijn zowel inademing als huidcontact relevante blootstellingsroutes.
De stof is volgens de EU-verordening Classificatie, labeling en verpakking (CLP) ingedeeld als vermoedelijk carcinogeen voor de mens (categorie 1B).
Waar komen risico’s voor?
Beroepsmatige blootstelling aan pyrocatechol komt vooral voor in de chemische en farmaceutische industrie, bij technisch testen en analyseren, en in bepaalde afgeleide sectoren zoals oppervlaktebehandeling, elektronica, rubber en kunststoffen, en machinebouw.
Tot de beroepsgroepen met het hoogste risico op blootstelling aan pyrocatechol behoren procesoperators, tankparkbeheerders, laboratoriumtechnici en analytische chemici. Ook werknemers in de galvanotechniek en werknemers die betrokken zijn bij oppervlaktebehandeling en de productie van elektronica kunnen worden blootgesteld.
Blootstelling is het meest waarschijnlijk tijdens activiteiten waarbij de stof in open systemen wordt gehanteerd of waarbij de inperking niet volledig effectief is, zoals bij meng- of mengwerkzaamheden, bij dompelen, coaten of in oppervlaktebehandelingsprocessen. Bijkomende blootstelling kan optreden tijdens onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.
Meer over de stof
Pyrocatechol is bij kamertemperatuur een vaste stof, die doorgaans voorkomt als een witte tot bruine kristallijne vaste stof die bij blootstelling aan lucht donkerder kan worden. Pyrocatechol lost zeer goed op in water en in veel organische oplosmiddelen.
Pyrocatechol is onder normale omstandigheden niet bijzonder brandbaar of explosief. Het kan echter stof vormen wanneer het in vaste vorm wordt gehanteerd en kan aerosolen of dampen vrijgeven wanneer het tijdens industriële processen wordt verwarmd of in vloeibare vorm wordt gebruikt.
Het wordt voornamelijk gebruikt als tussenproduct bij de vervaardiging van andere stoffen en producten. De belangrijkste categorieën eindproducten waarvoor pyrocatechol wordt gebruikt, zijn onder meer agrochemicaliën (gewasbeschermingsmiddelen), smaak- en geurstoffen (bijv. vanilline, geparfumeerde huishoudproducten), geneesmiddelen en rubber-/polymeeradditieven voor kunststoffen, banden en rubberproducten.
Gezondheidsrisico’s die kunnen optreden
Blootstelling aan pyrocatechol kan plaatsvinden door het inademen van stof of dampen en door contact met de huid.
Kortstondige blootstelling kan leiden tot symptomen zoals hoesten, keelirritatie, oogirritatie en roodheid of ongemak van de huid. Bij zeer hoge blootstelling (bijvoorbeeld bij inslikken) kunnen ernstigere toxische effecten optreden. Herhaalde blootstelling kan ook allergische huidreacties veroorzaken.
Langdurige blootstelling kan leiden tot ernstigere gezondheidseffecten, waaronder een verhoogd risico op kanker, depigmentatie van de huid, chronische dermatitis en effecten op de luchtwegen.
Wat u kunt doen
Vervanging moet als prioriteit worden beschouwd. Waar mogelijk moet pyrocatechol worden vervangen door minder gevaarlijke stoffen of alternatieve processen die de blootstelling verminderen. Mogelijke vervangingsmiddelen voor pyrocatechol (catechol) hangen af van de rol die het speelt: hydrochinon, resorcinol en pyrogallol kunnen het in sommige vergelijkbare chemische of redox-toepassingen vervangen; galluszuur of looizuur kunnen geschikt zijn voor toepassingen waarbij metalen worden gebonden; en ascorbinezuur of natriumboorhydride kunnen pyrocatechol soms vervangen als reductiemiddelen. Het beste alternatief hangt af van de specifieke toepassing, aangezien deze verbindingen een verschillende reactiviteit hebben.
Technische maatregelen zijn essentieel wanneer vervanging niet mogelijk is. Hieronder vallen het gebruik van gesloten systemen en automatisering, lokale afzuiging op de emissiepunten en effectieve algemene ventilatie. Deze maatregelen dragen bij aan het verlagen van de concentraties van dampen en stof in de lucht.
Organisatorische maatregelen omvatten het beperken van de blootstellingsduur, het geven van voorlichting aan werknemers (bijvoorbeeld over risico’s van blootstelling via de huid), het invoeren van veilige hanteringsprocedures en het waarborgen van geschikte reinigingsmethoden die stofvorming tot een minimum beperken. Regelmatige controle van de blootstellingsniveaus wordt aanbevolen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt als laatste verdedigingslinie. Er moet speciale aandacht worden besteed aan het voorkomen van huidcontact, aangezien de stof via de huid kan worden opgenomen. Dit houdt onder meer in dat er geschikte, chemisch bestendige handschoenen en kleding moeten worden verstrekt (beschermende kleding met lange mouwen en oog- en gezichtsbescherming wanneer er kans op spatten bestaat), en indien nodig ademhalingsbeschermingsmiddelen.
Bronnen: ECHA, IARC, RAC