Naar schatting worden ongeveer 3 miljoen werknemers in de EU blootgesteld aan hardhoutstof. Langdurige blootstelling aan hardhoutstof kan kanker in de neus en de neusbijholten veroorzaken. Hardhoutstof is door het IARC ingedeeld in groep 1 van carcinogenen, wat betekent dat het wordt beschouwd als een onomstotelijke oorzaak van kanker bij de mens.
Waar komen risico’s voor?
De hoogste blootstelling aan hardhoutstof doet zich doorgaans voor bij beroepen in de hout- en meubelproductie, waaronder schuuroperateurs, persoperators in de houtindustrie en draaibankoperators. Blootstelling aan houtstof kan optreden bij alle stappen in de levenscyclus van houtproducten, van het kappen van bomen tot de installatie en de eindafwerking. Voorbeelden van gevallen waarin blootstelling optreedt, zijn de bouw van gebouwen en schepen, de bosbouw en de timmerindustrie.
Meer over de stof
Hardhoutstof ontstaat wanneer machines of gereedschappen worden gebruikt om hardhout te zagen of te bewerken. In zagerijen komen bijvoorbeeld grote hoeveelheden houtstof vrij. Grotere stofdeeltjes blijven in de neus en de neusluchtwegen achter en kunnen neuskanker veroorzaken. Kleinere deeltjes kunnen dieper in de longen doordringen, met de mogelijkheid dat astma, alveolitis en andere longziekten ontstaan. Dit zeer fijne stof ontstaat voornamelijk tijdens schuurwerkzaamheden of bij het zagen en is het gevaarlijkst. Fijn stof verspreidt zich ook verder dan het zaagproces. De hoeveelheid en het type houtstof dat vrijkomt, hangt af van het te bewerken hout, de gebruikte machine en de getroffen risicobeheersmaatregelen.
Er geldt een bindende EU-grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling van 2 mg/m³ (TWA).
Gevaren die kunnen optreden
Wanneer werknemers houtstof inademen, zet dit zich vast in de neus, keel en andere luchtwegen. Blootstelling aan houtstof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen, oogirritatie, huidaandoeningen en, bij langdurige blootstelling, kanker. Een bijkomend risico bij de verwerking van hout is dat houten voorwerpen andere gevaarlijke stoffen kunnen bevatten. Bij de productie van de meeste platen worden bijvoorbeeld formaldehydehoudende harsen gebruikt. Gelijktijdige blootstelling aan Hardhoutstof en Formaldehyde verhoogt het risico op neus-keelholtekanker.
De latentie tussen blootstelling en neuskanker door houtstof wordt geschat op minstens 20 jaar.
Wat u kunt doen
De blootstelling kan worden beperkt door bewust te kiezen voor bepaalde houtsoorten, apparatuur en werkmethoden. Lokale afzuiginstallaties moeten regelmatig worden gecontroleerd. Bij voorkeur moet gebruik worden gemaakt van houtbewerkingsmachines met ingebouwde afzuigsystemen. Voor de machines moet ook een preventief onderhoudsprogramma worden opgezet om een goede werking gedurende de gehele levensduur van het systeem te garanderen. Voer periodiek de juiste blootstellingsmetingen uit, zodat bekend is wanneer en waar maatregelen moeten worden genomen. Onderzoek of werknemers ademhalingsklachten melden en schakel een bedrijfsarts in. De beste oplossing is om de blootstelling te beheersen door middel van ontwerp- en technische aanpassingen, zoals het installeren van een afzuigventilatiesysteem met afzuigpunten op plaatsen waar stof wordt geproduceerd.
Hygiëne op de werkplek, zoals het verwijderen van stof van tafels en vloeren, is een cruciale organisatorische maatregel. Stof moet zodanig worden verwijderd dat blootstelling aan en verspreiding van stof wordt voorkomen door industriële stofzuigers met HEPA-filters te gebruiken, en droog vegen en het gebruik van perslucht altijd te vermijden.
Maak werknemers voortdurend bewust van de gevolgen van blootstelling. Geef werknemers bovendien voorlichting over de gevaren, veilige werkmethoden en effectieve hygiënemaatregelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals ademhalingsmaskers, vormen een kortetermijnoplossing om blootstelling te verminderen en mogen alleen als laatste redmiddel worden gebruikt.
Bronnen: IARC