Naar schatting worden ongeveer 900.000 werknemers in de EU mogelijk blootgesteld aan chroom(VI). Uit onderzoek onder werknemers die vóór de jaren tachtig werkzaam waren in de productie van chromaat, de chromaatpigmentindustrie en de chroomgalvanisatie, blijkt dat de sterfte aan longkanker daar hoger ligt.
Chroom VI-verbindingen zijn ingedeeld in categorie 1A van carcinogenen, wat betekent dat ze bij mensen aantoonbaar kanker veroorzaken. Blootstelling aan chroom VI vindt plaats door inademing, opname via voedsel of water, of direct contact met de huid. Vanwege de sterk bijtende eigenschappen heeft chroom VI ook acute gezondheidseffecten. Bovendien kan blootstelling aan chroom(VI) leiden tot sensibilisatie van de huid en de luchtwegen, zoals astma, en tot specifieke orgaantoxiciteit voor de longen, lever en nieren.
Waar komen risico’s voor?
Blootstelling op de werkplek vindt voornamelijk plaats bij lassen en andere soorten ‘heet werk’ aan roestvrij staal en andere metalen die chroom VI bevatten. Andere soorten werk waarbij blootstelling mogelijk is, zijn het gebruik van pigmenten, spuitverven en coatings. Andere relevante werkgebieden zijn oppervlaktebehandelingstoepassingen van kunststoffen en metalen, bijv. het bedienen van verchromingsbaden. Blootstelling komt ook voor bij abrasieve technieken van met chroom VI gecoate materialen, zoals stralen, schuren en slijpen. Industrieën waar blootstelling voorkomt zijn de functionele galvaniseringssector, staal, scheepswerven, bouw, betonindustrie en reparatie- en schilderwerkplaatsen voor autocarrosserieën, vrachtwagens, treinen en vliegtuigen.
Meer over de stof
Chroom(VI) is een vorm van het metaal chroom. In de natuur komt het vaak samen met andere elementen, zoals metalen, voor in ertsen en moet het industrieel worden verwerkt. De voor de industrie meest relevante verbindingen bevatten natrium, kalium, zink, strontium, lood of ammonium. Chroomtrioxide of chroomzuur zijn veelgebruikte chroom VI-stoffen in de industrie. Chroommetaal wordt opzettelijk toegevoegd aan gelegeerd staal of wordt gebruikt in oppervlaktebehandelingen om technische eigenschappen, zoals hardbaarheid, hitte- en corrosiebestendigheid, te verbeteren. Chroom VI-verbindingen kunnen worden gebruikt als pigmenten in kleurstoffen, verven, inkten en kunststoffen. Ze kunnen ook worden gebruikt als anticorrosiemiddel dat wordt toegevoegd aan verven, primers en andere oppervlaktecoatings. In tegenstelling tot chroom VI is chroom III een andere relevante, maar niet carcinogene vorm, die onder oxiderende omstandigheden kan worden omgezet in chroom VI.
Er geldt momenteel een bindende EU-grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling van 5 µg/m³ (TWA), maar deze wordt momenteel herzien.
Gevaren die kunnen optreden
Het inademen van hoge concentraties chroom(VI) kan symptomen veroorzaken zoals een loopneus, niezen, hoesten, jeuk en een branderig gevoel. Herhaalde of langdurige blootstelling kan zweren in de neus veroorzaken en leiden tot neusbloedingen en beschadiging van het neustussenschot. Huidcontact veroorzaakt ernstige irritatie en orale inname kan acute vergiftiging (gastro-intestinale symptomen) veroorzaken. Sommige werknemers worden allergisch voor chroom(VI). Het inademen van chroom VI-verbindingen kan vervolgens astmasymptomen veroorzaken. Chronische blootstelling van de huid aan chroom(VI) kan leiden tot slecht genezende zweren na huidletsel; orale opname kan systemische effecten op de nieren en de lever veroorzaken. Langdurige blootstelling aan chroom(VI) in de lucht kan long-, neus- en sinuskanker veroorzaken.
De latentietijd tussen chroom VI-gerelateerde kankers kan oplopen tot 20 jaar na blootstelling aan chroom VI.
Wat u kunt doen
De meest effectieve manier om blootstelling te voorkomen, is door over te stappen op producten die geen chroom(VI) bevatten of een lager chroom(VI)-gehalte hebben. Voor specifieke toepassingen en indien van toepassing kunnen technische alternatieven worden onderzocht (bijv. fysische dampafzetting, chroom(III)-galvanisatie, het gebruik van vloeibare chroomverbindingen, enz.). Als producten die chroom(VI) bevatten niet kunnen worden vervangen, moet de blootstelling aan de stof worden beperkt door middel van technische maatregelen. Gebruik bijvoorbeeld een lasbrander met afzuiging en zorg voor goede lokale en algemene ventilatie in de werkplaats. Voer voortdurend correcte blootstellingsmetingen uit, zodat bekend is wanneer maatregelen moeten worden genomen. Onderzoek of werknemers vroege symptomen melden. Maak werknemers voortdurend bewust van de gevolgen van blootstelling. Geef werknemers bovendien voorlichting over gevaren, veilige werkmethoden en effectieve hygiënemaatregelen.
Zorg ervoor dat werknemers over adequate persoonlijke beschermingsmiddelen beschikken, zoals geschikte ademhalingsbescherming, beschermende kleding en handschoenen. In sommige gevallen kan een ademhalingsmasker vereist zijn. Persoonlijke beschermingsmiddelen mogen alleen als laatste redmiddel worden gebruikt, nadat de mogelijke technische oplossingen zijn gepresenteerd. Hoewel blootstelling aan chroom(VI) voornamelijk via inademing plaatsvindt, moet ook huidcontact consequent worden vermeden.