Er zijn geen schattingen beschikbaar van het huidige aantal werknemers in de EU dat wordt blootgesteld aan chloropreen (2-chloor-1,3-Butadieen). Blootstelling aan chloropreen op het werk vindt doorgaans plaats via inademing en huidcontact. Chloropreen is krachtens de Verordening Classificatie, labeling en verpakking (CLP) geharmoniseerd ingedeeld als carcinogeen van categorie 1B. Er is geen eenduidig bewijs dat chloropreen bij mensen kanker veroorzaakt. Dierstudies tonen aan dat langdurige blootstelling aan deze stof kanker kan veroorzaken in de lever en andere organen (zoals in de mondholte).
Waar komen risico’s voor?
Chloropreen wordt voornamelijk in de chemische industrie gebruikt voor de productie van polychloropreen en andere kunststoffen, evenals synthetische rubbers en lijmen (bijvoorbeeld bij de productie van lijm en bij productiemedewerkers die zich bezighouden met het mengen en doseren, formuleringstechnici of werknemers in onderhoud). Het wordt ook gebruikt bij de vervaardiging van 2,3-dichloor-1,3 Butadieen, een tussenproduct bij de productie van bepaalde copolymeren.
Werknemers kunnen aanzienlijke blootstelling ondervinden tijdens de laatste fasen van de chloropreen-synthese, tijdens polymerisatieprocessen en tijdens werkzaamheden waarbij monomeren worden verwijderd, in beroepen zoals procesoperators in de chemie, fabrieksmonteurs, pijpfitters en instrumentatietechnici.
Blootstelling kan ook plaatsvinden bij de vervaardiging van bepaalde farmaceutische basisproducten, waaronder medische hulpmiddelen en medische beschermingsmiddelen, en in de meubelindustrie (bijvoorbeeld bij montagewerkzaamheden, het aanbrengen van lijm of tijdens het lamineren van hout), evenals bij technisch testen en analyseren (analytisch chemici, Laboratoriumtechnici).
Meer over de stof
Chloropreen is een vluchtige, kleurloze vloeistof. Het is zeer reactief, brandbaar en heeft een scherpe geur. De meest voorkomende eindproducten zijn producten van polychloropreenlatex, zoals lijmen en contactlijmen, elastische banden en gewreven draden of beschermende handschoenen.
Momenteel wordt er gewerkt aan een EU-brede bindende grenswaarde voor blootstelling op het werk.
Gezondheidsrisico’s die kunnen optreden
Het grootste risico op beroepsmatige blootstelling aan chloropreen bestaat door inademing van dampen in de werkruimte en door huidcontact. Kortdurende blootstelling aan chloropreen kan bij zeer hoge blootstellingsniveaus leiden tot duizeligheid en braken. Langdurige blootstelling aan chloropreen kan leverkanker en kanker op andere plaatsen in het lichaam veroorzaken.
Wat u kunt doen
De beste manier om het risico op blootstelling te verminderen, is door chloropreen te vervangen door veiligere stoffen of het proces aan te passen. Als dit niet mogelijk is, moet u maatregelen nemen om de blootstelling te beperken.
De meest effectieve methode is het gebruik van geautomatiseerde of gesloten systemen, zodat werknemers geen direct contact hebben met de stof.
Daarnaast moeten andere technische veiligheidsmaatregelen worden toegepast om de blootstelling aan chloropreen zo veel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld: veiligere overbrengingssystemen, betere afdichtingen en kleppen, en verbeterde reinigingsmethoden waardoor werknemers minder vaak apparatuur hoeven te betreden. Betere procescontrole en bemonsteringsmethoden kunnen ook lekken en de blootstelling aan chloropreen verminderen.
Een goede hygiëne op de werkplek is belangrijk, waaronder regelmatige reiniging en veilige opslag. De blootstelling op de werkplek moet regelmatig worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de veiligheidsmaatregelen effectief zijn.
Het is ook belangrijk om de tijd die werknemers in blootgestelde ruimtes doorbrengen te beperken en de toegang tot deze ruimtes te controleren, omdat chloropreen lokale irritatie veroorzaakt (waardoor het neusepitheel wordt beschadigd). Werknemers moeten worden geïnformeerd over de risico’s en over hoe ze veilig kunnen werken. Er moet worden gezorgd voor goede persoonlijke hygiëne, waaronder wasfaciliteiten en voldoende tijd om zich te wassen.
Er moeten gezondheidscontroles worden uitgevoerd bij werknemers die mogelijk aan blootstelling worden blootgesteld, en zij moeten eventuele vroege gezondheidsklachten melden, zoals irritatie van de huid, ogen en neus, duizeligheid en haaruitval.
Werknemers moeten beschermingsmiddelen gebruiken, met name handschoenen en beschermende kleding. Persoonlijke beschermingsmiddelen mogen echter alleen als laatste redmiddel worden gebruikt, nadat alle andere mogelijke technische en organisatorische oplossingen zijn uitgeput.
Bronnen: ECHA, RAC