Aangenomen mag worden dat enkele miljoenen werknemers in de EU in het kader van hun werk worden blootgesteld aan de groep chemische stoffen die vaak in oplosmiddelen voorkomen en die bekendstaan als vluchtige organische stoffen (VOS). Tot deze heterogene groep behoren stoffen als Benzeen en Formaldehyde, die tot de meest voorkomende beroepsgerelateerde blootstellingen aan carcinogenen in de EU behoren.
Blootstelling vindt doorgaans plaats via inademing, of – in het geval van stoffen die via de huid worden opgenomen – via de huid.
Sommige VOS worden ingedeeld als duidelijk carcinogene stoffen (bijv. Benzeen – Carc. Cat 1A, of Formaldehyde – Carc. Cat 1B) of als giftig voor de voortplanting (bijv. Tolueen – Repr. Cat 2). Aangezien VOS een heterogene groep stoffen vormen, is blootstelling aan meerdere stoffen in de vorm van een mengsel mogelijk. Blootstelling aan een dergelijk mengsel van schadelijke stoffen kan het bijbehorende kankerrisico aanzienlijk verhogen.
Waar komen risico’s voor?
VOS omvatten een breed scala aan veelgebruikte stoffen, zoals stoffen die voorkomen in oplosmiddelen, (fossiele) brandstoffen, schoonmaakmiddelen, verf en lak, Pesticiden of lijmen.
Op de werkplek komen ze vooral voor op plaatsen waar organische oplosmiddelen worden gebruikt, verwerkt of als bijproduct vrijkomen. Er is sprake van hoge of piekblootstelling bij het spuiten, reinigen of ontvetten met oplosmiddelen, bij het reinigen van tanks in besloten ruimtes en bij onderhoudswerkzaamheden of tijdens renovaties. Verder komt blootstelling van gemiddelde intensiteit voor bij de productie van chemicaliën en kunststoffen, bij de productie van lijmen, coatings en inkt, en tijdens de verwerking van rubber en kunststoffen.
Andere blootstellingssituaties doen zich doorgaans voor tijdens schilder- en coatingwerkzaamheden, bij reparatie en onderhoud van voertuigen, in de druk- en uitgeverij-industrie, in de schoonmaakbranche en in de gezondheidszorg.
Meer over de stof
In het algemeen zijn VOS – afhankelijk van de definitie – organische verbindingen met een dampdruk van 0,01 kPa of meer bij 293,15 K, of organische verbindingen met een kookpunt tot 250 °C bij een standaarddruk van 101,3 kPa. Bijgevolg komen er zelfs bij kamertemperatuur aanzienlijke hoeveelheden van deze stoffen in de gasfase terecht, waardoor er een risico op blootstelling bestaat, voornamelijk via inademing. Tegelijkertijd zijn veel van deze stoffen lipofiel en kunnen ze dus mogelijk via de huid worden opgenomen, zoals de organische oplosmiddelen Benzeen, Tolueen en Xyleen.
Er bestaat geen EU-brede bindende grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling, maar er zijn wel bindende waarden vastgesteld voor Benzeen (0,66 mg/m³), Formaldehyde (0,37 mg/m³) en Vinylchloride (2,6 mg/m³).
Gevaren die kunnen optreden
Afhankelijk van de samenstelling kan acute blootstelling aan VOS verschillende symptomen veroorzaken, zoals duizeligheid, hoofdpijn of irritatie van de ogen, neus en luchtwegen.
Op de lange termijn kan blootstelling leiden tot vormen van kanker zoals leukemie (Benzeen), kanker in het neus-keelholtegebied (Formaldehyde) of leverkanker (Vinylchloride).
Sommige VOS worden ook aangemerkt als giftig voor de voortplanting (zoals Tolueen – categorie 2).
Wat u kunt doen
Idealiter moeten blootstellingsrisico’s door VOS worden beperkt door middel van vervanging of eliminatie. Door te kiezen voor stoffen met een lagere dampdruk kan de uitstoot van de stof in de omgevingslucht worden verminderd. Ga na of er systemen op waterbasis kunnen worden gebruikt om het gebruik van oplosmiddelen te verminderen. Vervang desinfectiemiddelen door middelen die geen aldehyden bevatten.
Gebruik de stoffen in gesloten systemen om blootstelling te voorkomen en vang emissies aan de bron op met behulp van lokale afzuiging. Voer blootstellingsmetingen uit op de werkplek, onder meer om de blootstelling aan mengsels van stoffen te beoordelen, en houd rekening met het hogere risico van meervoudige blootstelling. Beperk de blootstellingstijd tot een minimum en vermijd huidcontact. Verwissel regelmatig werkkleding om het risico op besmetting te verminderen.
Ten slotte kan ook persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt zodra alle andere preventieve maatregelen zijn uitgeput, om eventuele resterende blootstelling verder tot een minimum te beperken: bijvoorbeeld door het gebruik van geschikte beschermende handschoenen, veiligheidsbrillen en ademhalingsmaskers. In dit verband moeten de omvang, de aard en de doeltreffendheid van de beschermingsmiddelen worden afgestemd op de gevaren op de werkplek en op de individuele omstandigheden.
Bronnen: Federaal Milieuagentschap, Europees Milieuagentschap, Europese Commissie, EUR-Lex, EU-OSHA (WES), Duitse Vereniging voor Toxicologie, GESTIS, WHO