Volgens de meest recente schattingen uit 2019 worden ongeveer 80.000 werknemers in de EU blootgesteld aan dampen, stof en nevel in de lucht die nikkel en Nikkelverbindingen bevatten.
Nikkelverbindingen zijn ingedeeld in categorie 1A van carcinogenen, wat betekent dat ze bij mensen aantoonbaar kanker veroorzaken. Metallisch nikkel is door het IARC ingedeeld in groep 2B van carcinogenen, wat betekent dat het mogelijk carcinogene effecten heeft voor de mens. Blootstelling vindt plaats door inademing, inslikken of huidcontact. Daarnaast treden huidaandoeningen en ademhalingsproblemen op na blootstelling aan nikkel en Nikkelverbindingen. Er is een verhoogd risico op long- en neuskanker door blootstelling aan stof van nikkelraffinaderijen en nikkel-subsulfide.
Waar komen risico’s voor?
Nikkel, in de vorm van diverse legeringen en verbindingen, wordt al meer dan 100 jaar op grote schaal commercieel gebruikt. Nikkelverbindingen en metallisch nikkel kennen talrijke industriële en commerciële toepassingen, waaronder het gebruik in roestvrij staal en andere nikkellegeringen, katalysatoren, batterijen, pigmenten en keramiek. De meeste werknemers die in de Europese Unie worden blootgesteld aan nikkel en nikkelverbindingen zijn werkzaam in de vervaardiging van bewerkte metaalproducten en de vervaardiging van machines, met uitzondering van elektrische machines, en de vervaardiging van transportmiddelen. Beroepsmatige blootstelling komt vaak voor bij werknemers die betrokken zijn bij het smelten, lassen, gieten, spuitlakken en slijpen van nikkel, nikkelverbindingen en nikkelhoudende materialen.
Meer over de stof
Nikkel is een zilverwit metallisch element dat voorkomt in de aardkorst. Nikkel kan worden gecombineerd met andere elementen om nikkelverbindingen te vormen. Vanwege zijn unieke eigenschappen heeft nikkel veel industriële toepassingen. Het meeste nikkel wordt gebruikt in metaallegeringen omdat het nuttige eigenschappen verleent, zoals corrosiebestendigheid, hittebestendigheid en hardheid.
Er gelden bindende EU-grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling van 0,01 mg/m³ voor de inadembare fractie en 0,05 mg/m³ voor de inhaleerbare fractie (beide als TWA).
Gevaren die kunnen optreden
Blootstelling aan nikkel op het werk vindt voornamelijk plaats door het inademen van stofdeeltjes en dampen of door huidcontact. Acute blootstelling aan hoge concentraties nikkel via inademing kan ernstige schade aan de longen en nieren veroorzaken. Langdurige blootstelling aan stof uit nikkelraffinaderijen leidt tot een verhoogd risico op long- en neuskanker bij werknemers in deze sector. Chronische blootstelling van de huid aan nikkel kan leiden tot dermatitis met klachten zoals een droge, geïrriteerde of jeukende huid. Chronische inademing van metallisch nikkel en in water onoplosbare Nikkelverbindingen kan leiden tot ademhalingsproblemen, waaronder verminderde longfunctie en bronchitis. Chronische inademing van oplosbare Nikkelverbindingen kan leiden tot astma.
De tijd tussen blootstelling aan nikkel en kankersymptomen varieert van 13 tot 24 jaar.
Wat u kunt doen
De meest effectieve manier om blootstelling te voorkomen is door nikkelvrije of nikkelarme producten te vervangen. Als nikkelhoudende producten niet kunnen worden vervangen, moet de blootstelling aan nikkel worden verminderd door technische maatregelen. Voer voortdurend nauwkeurige blootstellingsmetingen uit, zodat duidelijk is wanneer er maatregelen moeten worden genomen. Ga na of werknemers vroege symptomen melden. Maak werknemers voortdurend bewust van de gevolgen van blootstelling. Geef werknemers bovendien voorlichting over de risico’s, veilige werkmethoden en effectieve hygiënemaatregelen. Vul dit aan met Persoonlijke beschermingsmiddelen als uitvoerbare maatregelen niet voldoende zijn om blootstelling tot onder de blootstellingslimieten te beperken.
Persoonlijke beschermingsmiddelen mogen alleen als laatste redmiddel worden gebruikt, nadat de mogelijke technische oplossingen zijn gepresenteerd. Omdat metallisch nikkel en sommige nikkelverbindingen huidsensibilisatie kunnen veroorzaken, moet huidcontact zoveel mogelijk worden voorkomen. Als eliminatie niet mogelijk is, moeten controlemaatregelen worden genomen om huidcontact te minimaliseren.