Er zijn geen schattingen beschikbaar van het huidige aantal werknemers dat in de EU wordt blootgesteld aan ortho-toluïdine (o-Toluïdine). In 2011 werd, op basis van gegevens uit 2006/2007, geschat dat 5.500 werknemers werden blootgesteld, waarvan 3.100 werkzaam waren in de vervaardiging van chemicaliën en chemische producten of in de vervaardiging van rubberproducten.
Blootstelling vindt voornamelijk plaats via inademing en opname door de huid; direct huidcontact is niet nodig. Opname via inslikken en contact met de ogen is eveneens mogelijk.
o-Toluïdine is krachtens de Classificatie, labeling en verpakking (CLP) ingedeeld als een geharmoniseerde stof in de categorie 1B voor carcinogenen (vermoedelijk carcinogene stof voor de mens, grotendeels gebaseerd op bewijs bij proefdieren). Bij de mens kan o-Toluïdine blaaskanker veroorzaken. Opname via de huid kan bijdragen aan de totale lichaamsbelasting.
Waar komen risico’s voor?
De blootstelling aan o-Toluïdine lag in het verleden veel hoger, maar kan ook vandaag de dag nog voorkomen in diverse werkomgevingen, met name in de chemische industrie tijdens de productie, verwerking, bemonstering of overbrenging van o-Toluïdine of bij het gebruik ervan als tussenproduct, vooral bij de productie van kleurstoffen en bij de vervaardiging van gewasbeschermingsmiddelen. Andere blootstellingssituaties kunnen zich voordoen door vrijkoming uit azokleurstoffen of kleurstoffen die worden gebruikt in textiel, drukinkten, kunststoffen, smeermiddelen en minerale olieproducten; vrijkoming uit additieven tijdens thermische processen zoals vulkanisatie; thermische ontleding van organische bindmiddelen, met name bij gietprocessen; het hanteren of verwarmen van materialen die steenkoolteer bevatten; en laboratorium- en onderzoeksactiviteiten.
Meer over de stof
o-Toluïdine wordt industrieel vervaardigd door nitratie van Tolueen, wat een mengsel van nitrotolueenen oplevert; het is de belangrijkste van de drie isomere toluïdines. Het is een kleurloze vloeistof, hoewel commerciële monsters vaak gelig zijn. o-Toluïdine is een tussenproduct bij de biologische afbraak van o-nitrotolueen en wordt daarom aangetroffen op voormalige munitielocaties. o-Toluïdine ontstaat tijdens pyrolyse.
Er is geen direct consumentengebruik bekend voor o-toluïdine, aangezien het op grond van de EU-cosmetica-verordening niet in cosmetica mag worden gebruikt. Het gebruik van azokleurstoffen die bij afbraak o-Toluïdine vrijgeven, is in de EU niet toegestaan voor textiel en andere consumentenartikelen. De blootstelling van consumenten en het milieu als gevolg van vrijkomende stoffen uit consumentenproducten lijkt dan ook verwaarloosbaar.
Voor o-Toluïdine geldt in de hele EU een bindende grenswaarde voor blootstelling op het werk van 0,5 mg/m³ in de lucht.
Gezondheidsrisico’s die kunnen optreden
o-Toluïdine wordt goed opgenomen na inademing en via de huid. Orale blootstelling is op de werkplek niet relevant.
Er zijn geen meldingen van effecten na acute blootstelling, maar op basis van gegevens uit dierproeven wordt aangenomen dat er sprake is van een acuut irriterend effect op de ogen en de huid.
Blaaskanker wordt beschouwd als het relevante gezondheidseffect bij de mens. In sommige lidstaten wordt dit erkend als een beroepsziekte die verband houdt met blootstelling aan o-Toluïdine in het verleden.
De latentieperiode tussen blootstelling en het ontstaan van o-Toluïdine-gerelateerde blaaskanker varieert sterk, maar wordt doorgaans geschat op 15 tot 40 jaar.
Wat u kunt doen
Waar mogelijk moet worden overwogen om het middel te vervangen. Om schadelijke gezondheidseffecten te voorkomen, is het van het grootste belang de blootstelling te beperken tot onder de bindende grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling of de op gezondheidsgronden vastgestelde grenswaarde. In industriële processen zijn voorbeelden van technische beheersmaatregelen gesloten systemen, algemene afzuiging en plaatselijke afzuiging. Zelfs bij het werken met gesloten systemen kan blootstelling optreden, bijvoorbeeld tijdens bemonsteringswerkzaamheden of onderhoud. In die gevallen zijn metingen en beheersmaatregelen van belang. Andere aanbevolen werkpraktijken zijn onder meer het verstrekken van informatie over de gevaren en het geven van training aan werknemers, evenals het naleven van algemene normen voor arbeidshygiëne in ruimtes waar met chemicaliën wordt gewerkt. Ook werknemers die onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verrichten, moeten worden getraind. Het wordt aanbevolen om een bedrijfsarts in te schakelen. Houd er rekening mee dat de blootstellingsbeoordeling moet worden ondersteund met biomonitoring, indien van toepassing volgens de nationale wetgeving, omdat o-Toluïdine goed via de huid wordt opgenomen. Werknemers moeten zich bewust zijn van de effecten van blootstelling. Persoonlijke beschermingsmiddelen mogen alleen als laatste redmiddel worden gebruikt, nadat de mogelijke technische oplossingen zijn geïmplementeerd.
Bronnen: ECHA, IOM, SCOEL